Stand van zaken en meerjarig beleid

Kruimelpad

 

Stand van zaken en meerjarig beleid

Wonen

De beleidsdoelstellingen op het gebied van wonen zijn vastgelegd in Wonen in de Metropool, woonvisie Amsterdam tot 2020 en overeenkomsten met corporaties, Huurdersvereniging Amsterdam en stadsdelen.
Zij betreffen onder andere:

  • bouw van 6.500 sociale huurwoningen (incl. studenteneenheden); daarvan 1500 grote woningen, 1500 woningen voor ouderen en gehandicapten en 1000 studentenwoningen;
  • aanbiedingsafspraken voor sociale huurwoningen over de periode 2007 t/m 2010 (65 % van de vrijkomende woningen voor mensen met lage inkomens en 20 % voor inkomens tot de voormalige ziekenfondsgrens);
  • afspraken over leefbaarheid en gebiedsbeheer (o.a. verhoging van het rapportcijfer van de bewoners);
  • afspraken op het punt van energiebesparing en duurzaamheid (o.a. 20 % CO2-reductie);
  • afspraken over tegengaan onrechtmatige bewoning en woonfraude;
  • afspraken over bevorderen participatie en communicatie;
  • afspraken over de instelling van Wijksteunpunten Wonen;
  • verkoop van 3.000 sociale huurwoningen per jaar door de corporaties.

Rapportage
In het najaar van 2009 is over de stand van zaken in de uitvoering van deze beleidsdoelstellingen gerapporteerd. Kern van de rapportage Bouwen aan de Stad is:

  • De productie lag de eerste twee jaren redelijk op schema, maar de kredietcrisis zet de haalbaarheid van de gemaakte afspraken onder druk;
  • Vooral de bouw van grote woningen blijft achter;
  • De productie van ouderenwoningen ligt redelijk op schema. De behoefte concentreert zich in het gebied binnen de Ring (exclusief Noord) en aan maatwerk;
  • De ruimte voor verkoop van gemiddeld 3.000 woningen per jaar wordt niet ten volle benut;
  • De aanbiedingsafspraken zijn in 2007 en 2008 vrijwel gehaald;
  • Uitzondering daarop zijn de aanbiedingsafspraken m.b.t. grote woningen;
  • In de periode 2006 tot en met 2008 zijn 3.397 studentenwoningen gerealiseerd. Voor jongerenwoningen is in 2008 een programma van start gegaan dat loopt tot 2015. Van de beoogde 4.800 woonplekken voor jongeren is een klein deel gerealiseerd. In 2008 zijn 230 woningen in de tijdelijke verhuur beschikbaar gekomen voor jongeren. (zie Voortgangsrapportage jongeren- en studentenhuisvesting 2008)
  • Het rapportcijfer van bewoners voor leefbaarheid stijgt, vooral in buurten die een laag cijfer hadden.
  • In alle stadsdelen zijn Wijksteunpunten Wonen in het leven geroepen. Gebruikers zijn tevreden en de steunpunten doen het goed op het punt van activeren bewoners en kennisuitwisseling.

Meerjarig beleid

Ruimte voor nieuw beleid of voortzetting bestaand beleid heeft betrekking op het volgende. Op onderdelen geven deze documenten aan dat in de volgende collegeperiode over nieuw beleid of de voortzetting van bestaand beleid moet worden besloten:

  • Een nieuwe overeenkomst Bouwen aan de Stad 2011-2014.
  • Het Convenant Splitsen en Verkoop van Sociale Huurwoningen 2008 t/m 2016 regelt de verkoopruimte en de voorwaarden waaronder deze verkopen plaatsvinden tot en met 2016. Tot en met 2010 ligt ook de verkoopruimte per stadsdeel vast. Afgesproken is dat vanaf 2011 de verkoopruimte voor drie marktgebieden in de stad worden vastgelegd;
  • In de Woonvisie is vastgelegd dat op basis van een evaluatie van het splitsingsbeleid in de particuliere sector wordt bepaald of uitbreiding van het huidige splitsingscontingent voor particuliere huurwoningen mogelijk en wenselijk is. De evaluatie zal eind 2009 zijn afgerond.
  • De Beleidsovereenkomst Wonen 2007 t/m 2010 bevat afspraken op het vlak van energiebesparing en duurzaamheid en waarborgt de bekostiging van Wijksteunpunten is tot en met 2010.

Nadere informatie
Regionale Convenant Woonruimtebemiddeling en de Regionale Huisvestingsverordening  vastgesteld eind 2009. Met daaraan verbonden Amsterdamse beleidsnotities en beleidsregels over woningonttrekking, short stay, bestuurlijke boete etc.

Bouwen

Woningbouwproductie

  • Door de economische recessie stagneert in Amsterdam het verkoopproces van nieuwbouwwoningen. Dat heeft een direct gevolg voor het in aanbouw nemen van woningbouwprojecten. In 2009 zijn in totaal 2.273 woningen in aanbouw genomen. Onlangs is ook de 4de kwartaalrapportage woningbouwproductie verschenen.
  • In juli 2009 is met marktpartijen een convenant gesloten over de Amsterdamse voorrangsprojecten 2009/2010 (BD2009-004851). Het Rijk stelt geld beschikbaar voor de stimulering van woningbouwprojecten; in de 1e en 2de tranche heeft Amsterdam voor 1860 woningen subsidie binnengehaald, onder de voorwaarde van startbouw binnen een bepaalde periode.
  • In juni 2009 is het actieplan Woningbouw in tijden van crisis vastgesteld met een set van maatregelen gericht op de tijdelijke omzetting van koopwoningen in huurwoningen (participatie via de grond), de verruiming van de regeling voor maatschappelijk gebonden eigendom en de starterslening. Dit plan is in uitvoering.
  • In de Schaalsprong stadswarmte (november 2008) is vastgelegd dat de gemeente streeft naar een groei van het aantal op stadswarmte aangesloten woningen van 40.000 in 2009 naar 100.000 in 2025. De groei van het aantal aansluitingen op stadswarmte loopt volgens planning met circa 4.000 woningen per jaar.
  • De gemeentelijke ambities klimaatneutraal bouwen/duurzaamheid in de nieuwbouw zijn vastgelegd in het document: Duurzaamheid in de nieuwbouw. Ambitie is om in de periode 2010-2014 40 procent van de nieuwbouwwoningen en utiliteitsbouw klimaatneutraal en de rest 'half klimaatneutraal' te bouwen. Deze ambitie is uitgewerkt in het Plan van Aanpak Klimaatneutraal bouwen. Daarnaast is het element duurzaamheid betrokken in een pilot selectie marktpartijen voor gebiedsontwikkeling in Buiksloterham.

Kantoren
Momenteel  wordt een gemeentelijke kantorenstrategie opgesteld. Deze geeft inzicht in de dynamiek en problematiek op de kantorenmarkt, een visie schetst op een gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt en een kader geeft voor de gemeente om dit te bereiken. Met de kantorenstrategie moet de gemeente in staat zijn nieuwe kantoorontwikkelingen te toetsen, kantoorlocaties te beoordelen en herontwikkeling en transformatie van leegstaande kantoren te faciliteren en stimuleren. Dit moet uiteindelijk leiden tot een optimale ontwikkelingsstrategie per locatie (bestaande voorraad en plannen), die gebaseerd is op hoe de locatie er in de toekomst uit zou moeten zien. Deze strategie is behalve op kwantiteit ook gericht op kwaliteit, met nadruk op de relatie tussen nieuwbouw en transformatie (herontwikkeling):

  • Het transformatieteam heeft als taak het faciliteren van de transformatieopgave met behulp van het erfpachtinstrumentarium. Die opgave richt zich in 2009-2010 op kantoor- en bedrijventerreinen. Daarnaast ontwikkelt het team een beleidskader voor transformatie en voert het een pilotproject uit.
  • De kantorenloods stimuleert en faciliteert eigenaren en initiatiefnemers bij transformatie en onderzoekt mogelijkheden voor alternatieve invulling van leegstaande panden.

Grondprijsbeleid
Met de Grondprijzenbrief 2010 (16 december 2009, Gemeenteblad, afd. 1, nr. 884) is het grondprijsbeleid voor 2010 vastgesteld.

Voor 2010 is besloten de grondprijzen voor kantoor- en bedrijfsruimte te handhaven op het niveau van 2009. Na vaststelling van de kantorenstrategie en aanpassing van de programmering daarop, kan weer overgegaan worden naar een residueel grondprijsbeleid. Voor de overige functies wordt het residueel grondprijsbeleid gehandhaafd, met uitzondering van een aantal functies die met deze systematiek niet of moeilijk kunnen worden gerealiseerd, zoals sociale woningbouw.

Erfpacht
Amsterdam heeft sinds 1896 een erfpachtstelsel. Ongeveer 80% van de grond is eigendom van de gemeente. Het stelsel levert een bijdrage aan de financiële positie van de gemeente. Jaarlijks komt ongeveer € 70 mln. beschikbaar. Hiervan gaat zo’n € 50 mln. naar de algemene middelen en  circa € 20 miljoen naar het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.

Op 1 juli 2009 is de uitvoering van het stedelijk erfpachtbeheer gecentraliseerd (Besluit centralisatie erfpachtbeheer, B&W dd. 26 mei 2009, BD 2009-002924.) bij het OGA en  is een versterkte regiefunctie door OGA op nieuwe erfpachtuitgiften van stadsdelen in werking getreden. Per 1 oktober 2009 zijn in IJburg 38 waterkavels in erfpacht uitgegeven; de verwachting is dat de overige waterkavels in 2010-2011 volgen.

Broedplaatsen
Het Broedplaatsenbeleid heeft als doel het realiseren van betaalbare ruimte voor het basissegment van de creatieve industrie. Motieven hiervoor zijn cultureel, economisch ter versterking van onder andere de internationale concurrentiepositie als creatieve stad, sociaal (functiemenging en centrepoints voor interactie met de buurt) en ruimtelijk (aanpak van leegstand en gebiedsimago). Het beleid is vastgelegd in het Programma broedplaatsen 2008-2012. Het bureau Broedplaatsenbeleid  heeft een eigen site waar onder andere het werkplan 2009 en jaarverslag 2008 zijn te vinden.

Bouwtoezicht
Naar aanleiding van problemen bij projecten zoals het Bos en Lommerplein is er een verbeterslag gemaakt m.b.t. toetsing, toezicht en handhaving bij technisch ingewikkelde grootstedelijke bouwprojecten.

Voor het bouwtoezicht is een nieuwe projectorganisatie ingericht. Onder meer het werkproces “toezichthouden” is bijgesteld. Hierbij wordt meer aandacht gegeven aan risico analyses. Het document Verbetering in de DMB praktijk vormt een checklist die gericht is op een adequate handhaving. Zie ook: Versterkt en verscherpt bouwtoezicht NoordZuidLijn.

Ruimtelijke Ontwikkelingen

De belangrijkste pijlers voor de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam zijn:

  • Het werken aan de ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam. De metropoolvorming draagt bij aan versterking van de regionale economische ontwikkeling en daarmee aan de internationale positie van de stad.
  • De noodzaak tot transformatie in bestaand stedelijk gebied.

Niet alleen moet ruimte gevonden worden voor 144.000 woningen (100.000 voor uitbreiding van de voorraad en 44.000 voor vervanging). Tevens moeten 60.000 woningen binnenstedelijk worden gerealiseerd, waarvan het leeuwendeel in Amsterdam. Daarenboven moet ruimte worden gevonden voor  het versterken en verder uitbouwen van de leefkwaliteit van de metropool door impulsen in de openbare ruimte, publieke functies  (o.a. sportvoorzieningen, vrije tijdsvoorzieningen, jeugdvoorzieningen e.d.) en aandacht voor water, groen en recreatieve verbindingen. Ook aspecten als klimaatbestendigheid, de energiehuishouding, natuurbescherming, luchtkwaliteit en geluidshinder vragen aandacht bij de ruimtelijke ontwikkelingen van onze stad.

Het ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Ontwerp Structuurvisie die onlangs ter visie is gelegd. Zie verder de Bestuursopdracht transformatie incourant commercieel vastgoed (nr.  BD2008-008590).

Vereveningsfonds
Het Vereveningsfonds is van groot belang voor de bekostiging van toekomstige stedelijke ontwikkelingen. Het vooruitzicht voor het Vereveningsfonds, de belangrijkste dekkingsbron voor nieuwe ruimtelijke plannen is in de afgelopen jaren verslechterd, vooral als gevolg van de economische crisis.

Voorstellen om tot een verbetering te komen, worden in de Heroverwegingsoperatie 2010-2014 meegenomen. Met de Beheersmaatregel grondexploitaties is besloten vooralsnog af te zien van project- en investeringsbesluiten voor nieuwe grondexploitaties in afwachting van de resultaten van de besluitvorming in het kader van de heroverwegingsoperatie.

Gelijktijdig met de heroverwegingsoperatie is ook gewerkt aan het bedenken van maatregelen om het Vereveningsfonds weer gezond te maken. Lees meer over de rapportage Meer Ruimte Winnen (errata).

Ook het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting voorziet in de bekostiging van ruimtelijke plannen. Het Stimuleringsfonds richt zich vooral op stedelijke vernieuwingsplannen in Nieuw West en Noord. In principe is de ruimte in dit fonds die tot 2020 beschikbaar komt volledig belegd met bestedingen plus de post onvoorzien.

Zie verder het Meerjaren Investerings Plan (MIP) 2009 (het MIP 2010 is nu in voorbereiding) en het Vergelijking investeringsprogramma's DIVV en OGA.

Stedelijke vernieuwing en Amsterdamse Wijkaanpak

Stedelijke vernieuwing
De beleidsinzet op het terrein van Stedelijke Vernieuwing ligt vast in de Nota Stedelijke Vernieuwing 1999, de Meerjarige Ontwikkelingsprogramma’s 2005-2009 en 2010-2014 (MOP). Het MOP vormt ook de basis voor de afspraken met het rijk over de Stedelijke Vernieuwing.

De stand van zaken is globaal als volgt:

  • De stedelijke vernieuwing in Zuidoost nadert zijn voltooiing;
  • De vernieuwing in Nieuw West is een eind op streek. In Osdorp en Slotervaart zijn de meeste plannen in uitvoering. In Geuzenveld/Slotermeer moet nog veel gedaan worden;
  • Na een aarzelende start is een begin gemaakt met de vernieuwing van de Banne en Nieuwendam Noord.

Voor meer informatie zie de Verantwoordingsrapportage over het Meerjarig Ontwikkelingsprogramma 2005-2009.

Raamovereenkomst Parkstad
De gemeente en de woningcorporaties hebben in januari 2008 overeenstemming bereikt over een nieuwe rolverdeling bij de stedelijke vernieuwingsoperatie van Amsterdam Nieuw West. Kern daarvan was, dat de corporaties de resterende financiële risico’s van de herinrichting van de openbare ruimte overnamen van de gemeente  (ongeveer € 100 miljoen tot 2015). In ruil daarvoor kregen de corporaties meer vrijheid in de ontwikkeling van het programma. De gemeente investeert in Nieuw West tot 2015 € 40 miljoen extra in sociale programma’s, bijvoorbeeld in zorg- en onderwijsvoorzieningen .

De afspraken zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Integrale Gebiedsontwikkeling Parkstad. Deze overeenkomst eindigt in beginsel zodra 'Richting Parkstad 2015' is gerealiseerd en uiterlijk op 31 december 2016.

De uitvoering van de Raamovereenkomst en hiermee de vernieuwingsoperatie in Nieuw West staat vanwege de kredietcrisis onder druk. Gemeente en corporaties zetten zich in om de vernieuwingsoperatie door te laten gaan.

Wijkaanpak
In Amsterdam is een twintigtal buurten aangewezen als wijkaanpakbuurt:

Buurt

Stadsdeel tot 2010

Stadsdeel na 2010

Overtoomse Veld

Slotervaart

Nieuw West

Zuidwestkwadrant

Borrendambuurt

Reimerswaalbuurt

Wildeman/Blomwijckerbuurt

Osdorp

Nieuw West

Slotermeer-Noordoost

Slotermeer-Zuidwest

Geuzenveld

Eendracht

Geuzenveld-Slotermeer

Nieuw West

Kolenkit

Robert Scottbuurt

Erasmusbuurt

Gulden Winckel

Landlust

Gibraltar

Bos en Lommer

West

Chassebuurt

Mercatorbuurt

Does/Tromp/Geuzenbuurt

Baarsjes

West

Transvaalbuurt

Oost-Watergraafsmeer

Oost

Indische Buurt

Zeeburg

Oost

EGK-buurt

Zuidoost

Zuidoost

Vogelbuurt/IJ-Plein

VanderPekbuurt

De Banne

Nieuwendam-Noord

Noord

Noord

 

In juli 2007 is het Charter Wijkaanpak  met het rijk en de corporaties gesloten.

De basis van dit Charter wordt gevormd door de uitvoeringsprogramma’s in de buurten die terug te vinden zijn in de uitvoeringsmonitor en het Amsterdams Uitvoeringsprogramma Wijkaanpak.

Charter Wijkaanpak geldt voor 10 jaar. Doelstelling is om binnen 10 jaar de buurten op de norm te hebben of beter (“Amsterdams Peil”). De wijkaanpak is neergezet als 'kop er op', dat wil zeggen extra investeringen bovenop de basisvoorzieningen, vanuit de constatering dat het gebruikelijke niveau van de basisvoorzieningen niet toereikend is in buurten en huishoudens waar de problemen zich opstapelen.

De wijkaanpak in de periode 2008-2010 bestaat uit programma’s van maatregelen die in de gemeentebegroting incidenteel zijn gedekt. De programma’s lopen dus niet door zonder aanvullende gelden in komende jaren.